opleidingsplan

Blokfluitopleiding

Kinderen vanaf groep 3 van de basisschool kunnen zich aanmelden voor de 1-jarige vooropleiding blokfluit. Het doel van deze opleiding is om kinderen spelenderwijs kennis te laten maken met de grondbeginselen van het muziek maken. Tijdens de lessen wordt uitgebreid aandacht besteed aan het ontwikkelen van het gehoor, ritmegevoel en notenkennis door middel van zingen, klappen en blokfluit spelen. Tevens maken de kinderen gedurende deze opleiding kennis met de verschillende instrumenten in een harmonieorkest.

Elke leerling dient in het bezit te zijn van een blokfluit, deze wordt via de vereniging verstrekt. Deze blokfluit blijft daarna in uw bezit. Tevens worden de standaard, boekjes en muziekbladen, die nodig zijn, verstrekt door de vereniging. Het cursusgeld voor de blokfluitopleiding in schooljaar 2018/2019 bedraagt €125,- per leerling voor 16 lessen van 60 min.

Mocht u meer informatie willen verkrijgen over de blokfluit-opleiding dan kunt u contact opnemen met Cindy Rongen, voorzitter@harmonieunie.nl.

 

Proeflessen

Ieder jaar hebben de basisschoolleerlingen de mogelijkheid om proeflessen te volgen op een instrument. Dit is om uw kind te laten kennis maken met het muziek maken. Op deze laagdrempelige manier is het makkelijk om de keuze te maken of muziek maken iets voor uw kind is. Na de proefles heeft uw kind een beter idee of hij/zij dit instrument wel leuk vindt. Muziek maken moet je liggen.

 

Doorstroombeleid

Bij de harmonie hanteren we de volgende richtlijnen voor het doorstromen naar de volgende stap. De richtlijnen zijn rekbaar en er wordt per lid bekeken wanneer de doorstroom mogelijk en goed voor de ontwikkeling is. Dit doen we altijd in overleg met de docent en de ouders.

Blokfluitopleiding

  • Leerlingen vanaf groep 3
  • Duur één jaar
  • Vervolgens doorstromen naar de opleiding op een instrument.

Start opleiding

  • Leerlingen vanaf groep 4
  • In principe na het goed doorlopen van de blokfluitopleiding.

Startersgroep

  • Doorstroom na een half jaar opleiding.

Jeugdorkest

  • Doorstroom na een jaar opleiding en een half jaar startersgroep.

Harmonieorkest

  • Vrijwillige doorstroom voor leerlingen met minimaal A-diploma of ouder dan 12 jaar.
  • Verplichte doorstroom voor leerlingen met minimaal B-diploma en ouder dan 12 jaar.

 

Instrumentkeuze

Wij leiden cursisten op voor alle instrumenten die in het harmonieorkest en in de drumband bespeeld worden.

  • Klarinet
  • Dwarsfluit
  • Hobo
  • Saxofoon
  • Trompet
  • Hoorn
  • Trombone
  • Bariton
  • Ritmisch slagwerk
  • Melodisch slagwerk

De keuze van het instrument wordt in overleg met de cursist, docent en opleidingscommissie bepaald. Het instrument wordt door de vereniging beschikbaar gesteld, dat betekent dat er in bepaalde mate rekening wordt gehouden met welke instrumenten beschikbaar zijn en wat voor het orkest van belang is. Het instrument is eigendom van de vereniging.

Klarinet

De voorgangers van de klarinet waren de horlepijp en de doedelzak. De naam stamt af van het Italiaanse woord “clarinetto”, dat trompetje betekent. Er zijn verschillende soorten klarinetten, zoals de sopraanklarinet, de esklarinet, de basklarinet en de besklarinet. In het harmonieorkest maken we voornamelijk gebruik van de besklarinet. Het geluid van een klarinet wordt geproduceerd door te blazen op een riet, waardoor het riet tot trilling wordt gebracht. Dit zorgt voor een mooie klank. Door het indrukken of loslaten van de kleppen, kun je op dit instrument verschillende tonen maken.

Dwarsfluit

Vroeger werden dwarsfluiten van hout gemaakt, waardoor ze bij de houtinstrumenten horen. Tegenwoordig zijn ze meestal gemaakt van metaal. De dwarsfluit is een holle buis met gaten en kleppen. De kleppen zorgen ervoor dat de gaten in de buis van het instrument afgesloten kunnen worden, waardoor je verschillende tonen kunt maken. De dwarsfluit wordt bespeeld door over het mondstuk heen te blazen. Je blaast de lucht op de rand, zodat de luchtstroom in twee stromen wordt gesplitst. Een gedeelte van de lucht gaat in de buis, het andere gedeelte gaat over de rand heen. Zo ontstaat de toon. Bij het spelen houd je de rechterhand achter de fluit en de linker ervoor. De fluit houd je altijd met het lange stuk naar de rechterkant.

Hobo

De hobo hoort bij de familie van de houten blaasinstrumenten. De moderne uitvoering heeft een aangename klank, die vooral wordt gebruikt als solo-instrument voor korte, ritmische effecten. Net zoals bij de klarinet, wordt het geluid van de hobo opgewekt door een riet. Bij de hobo gaat het echter om een dubbel rietblad. De hobo bestaat uit drie delen, die samen een buis van ruim 60 centimeter vormen.

Saxofoon

Dit instrument werd rond 1840 uitgevonden door Adolphe Sax. Deze Belg vond 9 verschillende saxofoons uit, waarvan er nu nog 8 bestaan. Van deze 8 worden er slechts 3 gebruikt in een harmonieorkest (altsaxofoon, tenorsaxofoon en baritonsaxofoon). Hoewel het instrument van koper is gemaakt, valt het toch onder de groep van de houtblaasinstrumenten. Dit komt omdat het geluid gemaakt wordt door middel van een riet, hetzelfde als bij de hobo en klarinet. Door de gaten die in de “body” zitten af te sluiten met de kleppen, kun je verschillende tonen spelen. Hoe meer gaten afgesloten, hoe langer de weg van de lucht door het instrument, hoe lager de toon is.

Trompet

De eerste trompetten zijn al duizenden jaren oud en over de hele wereld terug te vinden. Het doel van de “oude” trompetten was het geven van signalen en zeker niet om muziek te maken. Ze werden gemaakt van hout, klei en later ook van metaal. Het waren meestal lange buizen, soms recht en soms gebogen, met een licht uitlopende beker. Door lucht in deze buizen te blazen en met de lippen te vibreren, gaat de lucht in de buis trillen en hierdoor ontstaat het geluid. Door de lippen meer of minder te spannen, kan de toon worden veranderd. De huidige orkesttrompetten, gemaakt van koper, worden sinds het begin van de 19e eeuw gemaakt. Deze trompet heeft ventielen, waardoor samen met de lipspanning alle noten kunnen worden gespeeld.

Hoorn

Een hoorn is gemaakt van een bijna 4 meter lange zilveren of koperen pijp, gedraaid in een cirkelvorm. Vroeger werd de hoorn voornamelijk bij de jacht gebruikt, waarbij het instrument werd gemaakt van de hoorns van dieren. De hoorn behoort tot de koperinstrumenten en staat bekend om zijn warme, volle klank, hoewel hij ook hogere tonen kan bereiken. De linkerhand wordt gebruikt om de hoorn te bespelen, de rechterhand is nodig om de toon in de beker aan te passen.

Trombone

De trombone is een koperen blaasinstrument. De buis van de trombone is vergeleken met een trompet langer, het mondstuk is groter en de beker is wijder. Het instrument kan daardoor lager spelen. De verschillende tonen ontstaan door het in- en uitschuiven van de beweegbare buis (de schuif). Elke stand van de buis noemt men een positie. De uitschuifbare buis is ongeveer 60 cm lang, en schuift over een andere buis die in het instrument zit. Als je trombone gaat spelen, houd je de trombone in je linkerhand en beweeg je de uitschuifbare buis met de rechterhand. Als de buis uitgeschoven wordt, wordt het instrument groter en krijgt het een lagere klank. Andersom wordt het instrument korter en de klank hoger.

Bariton

De voorloper van de bariton is net zo oud als de trompetten. Door langere en grotere buizen toe te passen kon er een lagere toon worden gespeeld. Adolphe Sax (zie saxofoon) vond niet alleen de saxofoon uit, maar ontwikkelde ook de saxhoorns (de vroegere benaming van de bariton). In het begin van de 19e eeuw werden er ventielen toegevoegd, waardoor de bariton en bastuba ontstond. De bariton is kleiner dan de bastuba, waardoor de weg die de lucht moet afleggen korter is en dus een hoger geluid ontstaat dan bij de bastuba.

Ritmisch slagwerk

De kleine trom wordt bespeeld met houten stokken. De kleine trom heeft aan de onderkant een matje met snaren die door een mechaniek tegen het vel kunnen worden gespannen waardoor een ratelend geluid ontstaat. Bekkens lijken een beetje op grote pannendeksels, en zijn van koper of messing gemaakt. Bekkens waren al in gebruik in Egypte in de 8e eeuw voor Christus! Ze werden weinig gebruikt in het westen tot de tweede helft van de 18e eeuw, toen "Turkse" muziek in Europa werd geïntroduceerd. Sindsdien zijn ze een onmisbaar deel van het orkest geworden. Je kunt er twee tegen elkaar slaan (slagbekkens) of je kunt er met een stok op slaan (hangend bekken). De grote trom is inderdaad ook de grootste van alle trommels in het orkest. Hij werd pas echt gebruikelijk in de 18e eeuw. Omdat het zo groot en zwaar is zit de grote trom op een standaard, en moet je het staand bespelen. De grote trom maakt een heel laag geluid, maar wordt niet gestemd op een exacte toonhoogte, zoals een pauk. De stok waarmee je speelt heet een knuppel. Het drumstel is een verzameling van ritmische slagwerkinstrumenten; grote trom (bass-drum), kleine trom (snare), bekkens (hiat), toms. Deze instrumenten zijn zo geplaatst dat de slagwerker (de drummer) vanaf achter het drumstel alle slagwerkinstrumenten kan bespelen.

Melodisch slagwerk

Naast de ritmische slagwerkinstrumenten, zijn er bij het slagwerk ook instrumenten die een duidelijke melodie kunnen voortbrengen. De xylofoon is er hier een van. De xylofoon bestaat uit een reeks houtblokken (Xylos is Grieks voor hout), die we toetsen noemen. Ze zitten op een standaard, en lijken op reuze pianotoetsen. Onder elke toets hangt een buis die de klank versterkt. Je speelt er op door op de houtblokken te slaan met stokken - soms met twee, maar soms worden ook vier stokken gebruikt met twee handen. Andere leden van het melodisch slagwerk zijn: klokkenspel, vibrafoon, marimba en buisklokken. Een pauk is een grote, bolle trommel van koper. Je speelt er op met stokken - soms van hout, maar vaak met zacht vilt aan de uiteinden. De eerste pauken dateren van de 14e en 15e eeuw (in de riddertijd, dus!). Ze werden gespeeld in paren, aan beide kanten van een paard gehangen. In de 17e eeuw begonnen ze in de kerk gebruikt te worden, en kort daarna namen ze een plaats in orkesten. Pauken zijn de belangrijkste slagwerkinstrumenten in het symfonieorkest. Pauken kunnen door middel van stemschroeven of een pedaal, perfect worden afgesteld zodat ze dezelfde toonhoogte hebben als het orkest. Een paukenist bespeelt minstens twee, maar ook vaak vier of vijf pauken!

 

Kosten

De contributie wordt betaald vanaf het moment dat een lid zich inschrijft bij de vereniging. De bedragen worden elk jaar in juni door de ledenvergadering vastgesteld, waarbij daarna de contributie wordt geïncasseerd.

Blokfluit-opleiding

  • 32 lessen van 45 minuten of 16 lessen van 60 minuten
  • duur 1 jaar
  • € 125,- per cursus

A-opleiding

  • 32 lessen van 20 minuten
  • examen na ca. 3 jaar les
  • € 329,- per jaar

B-opleiding

  • 32 lessen van 20 minuten
  • examen na ca. 2 jaar les
  • € 329,- per jaar

C-opleiding

  • 32 lessen van 30 minuten
  • examens na ca. 2 jaar les (in overleg)
  • € 389,- per jaar

D-opleiding

  • 32 lessen van 30 minuten
  • examens na ca. 2 jaar les (in overleg)
  • € 389,- per jaar

Theorie

  • 8 lessen van 60 minuten
  • examen in overleg
  • € 60,- per cursus

 

Contributiebedragen voor de korpsen (per 01-01-2017):

Startersgroep                     Spelend lid, ongeacht leeftijd                      €  50,00

Jeugdorkest                       Spelend lid, ongeacht leeftijd                      €  85,50

Harmonieorkest                 Spelend lid en  > 14 jaar                             € 158,50

 

Kortingsregelingen

  • Gezinskorting, Een tweede lid uit een gezin krijgt een korting van 10% op de contributie. Een derde lid 20%, een vierde lid 30%.
  • Indien een lid drie maanden ziek is en de ziekte daarna nog voortduurt, behoeft het lid vanaf dat moment slechts de helft van de contributie te betalen, mits de ziekte het bezoeken van de repetities verhindert. Dit artikel is niet van toepassing op lesgeld.
  • Indien een lid in bezit is van een eigen instrument en dit gebruikt bij de harmonie, krijgt het lid na toestemming van het bestuur en instrumentencommissie een korting van €25,- op de contributie.
  • In speciale gevallen kan het bestuur besluiten een kortingsregeling toe te passen.

 

Toeslagen

  • Indien een lid een instrument in bruikleen heeft van de harmonie en dit structureel wenst te gebruiken bij een andere vereniging kan dat slechts met toestemming van het bestuur en tegen een vergoedingsbedrag van € 25,-

 

Contributieafspraken

  • Op de contributiebedragen vindt jaarlijks indexering plaats op basis van de CPI voor alle huishoudens.
  • Een contributiejaar loopt van 1 januari tot 1 januari.
  • De contributie wordt jaarlijks na vaststelling in de ALV geïncasseerd via automatisch incasso.
  • Toetredende leden betalen contributie vanaf de maand dat ze lid worden, dat wil zeggen voor de resterende maanden in het kalenderjaar betalen zij tijdsevenredig.
  • Voor de berekening van de contributiehoogte, inclusief de kortingen, is de situatie op 1 januari van het betreffende kalenderjaar bepalend.
  • Uittredende leden die vóór 1 juli als lid worden uitgeschreven betalen het eerste half jaar contributie. Opzeggers vanaf 1 juli betalen het gehele jaar.
  • De betaling van contributie is na schriftelijke opzegging van het lidmaatschap en inachtneming van de opzegtermijn (1 maand) verschuldigd tot het einde van een halfjaarlijkse periode, respectievelijk tot 1 januari of tot 1 juli.
  • Kosten voor verbruiksartikelen komen geheel op rekening van de vereniging
  • In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur.